Advent: God heeft een gezicht

Er was een tijd dat de mensen
in de korte dagen
bij het schemerlicht,
en bij het halfopen deksel
van de kachel
niets anders deden
dan verlangen:
een oeroud verlangen
naar de lente
en het lengen van de dagen.

Nu scheppen wij iets
van dezelfde sfeer
met schemerlicht
en gekleurde kaarsen.
Maar ons verlangen
is zoveel meer,
reikt zoveel verder
dan de lente
en het lengen van de dagen.

Wij verlangen
in de duistere berichten
van de laatste dagen
naar een land
en naar een leven
zonder angst
en zonder leugen.

Laat morgen
al het duister
opgehelderd zijn,
de diepste oorzaken
ervan bekend,
de juiste besluiten gevallen
en oordelen geveld,
zodat ons land gezond,
herademt.

Er zit in elke duisternis
een eigen dynamiek,
onweerstaanbaar groeit
de morgen uit de nacht,
de lente uit de winter.
Zo heeft God zijn schepping
uitgedacht.

Diezelfde rusteloze dynamiek
zit in de verdwazing
van de mensen.
Onweerstaanbaar groeit bij
elke ongerechtigheid
een onbehagen
en een weerstand
en die rebelse wil
om eindelijk
en voorgoed
gerechtigheid te maken.

Wij bidden om advent,
om licht dat groter is
dan het licht van de mensen,
en om liefde uit den hoge,
mooier dan de lente.

Manu Verhulst